Standaard van de Serama

Seramaclub België

 

De standaard van de Serama volgens Seramaclub België

Herkomst

 

Maleisië. Meer voorkomend onder de bevolking omstreeks 1970. Het dier zou vervolgens ontwikkeld zijn voor hooggeplaatsten o.a. sultans, etc.

 

De exacte stamboom van het ras is niet meer accuraat te achterhalen. Wel lijken alle verhalen te leiden naar de kleine jungle kip, alsook naar de Ayam Kapan, Ayam Kate...

 

 

Algemene indruk

 

Zeer klein, statig krieltje met zeer typische opgerichte lichaamshouding en fijne structuur. Een diertje met een stoer voorkomen, gracieus en elegant. Opvallend is hun S-vorm, durf en pretentie!

 

Tijdens de beoordeling moet de Serama de volgende vorm tonen:

 

- De brede borst wordt hoog gedragen.

 

- In zijaanzicht vormen de onderste contourlijnen een V, terwijl kop, hals en borst samen een S-vorm hebben.

 

- De Serama is variërend goed, matig tot kort bevederd.

 

- De vleugels worden verticaal langs of voor de loopbenen gedragen worden en mogen vooruit uitzwaaien. Het is bij hennen toegestaan dat de vleugeldracht iets schuin achterwaarts is, zodat het onderste deel van de loopbenen zichtbaar is. Echter, een volledig verticaal of naar voor gedragen vleugel geniet de voorkeur.

 

Bijzonder kenmerk is het zeer vertrouwelijke en tamme karakter. Het dier moet zich durven tonen en een onbevreesde indruk geven.

 

Ei gewicht tussen ca. 15 en 35 gram. De kleuren van de schalen variëren van wit tot bruin.

 

Door de S-vormig gedragen hals worden de staartstuurveren boven de rug geraakt door de hals. Indien de rug niet zichtbaar is omdat de veren van de hals en het zadel tegen elkaar aandrukken is dit niet fout.

 

 

Het trainen

 

Wie zijn dier goed wil trainen maakt een cirkel uit volière gaas. Het dier plaatst men in deze cirkel en sluit de bovenkant af. Begin met korte perioden en bouw verder op. Doe dit op tocht- en windvrije plaats, vrij van hevige zon, of regen!

 

 

Het keuren

 

Het keuren gebeurd op een vlakke tafel van ongeveer 1m² opp.

 

Deze is bedekt met een synthetisch tapijt of kunstgras matje van dichte structuur. De bedekking heeft een rustige kleur. Zodra het dier op tafel geplaatst word moet het dier zichzelf tonen. Het is de bedoeling dat het dier niet gemotiveerd moet worden om een pose aan te nemen. Indien nodig gebeurd dit enkel door de keurmeester.

 

 

Vormbeschrijving

 

Romp: klein en kort, met vooraan een sterk opgerichte houding. De onderlijning in zijaanzicht heeft een V-vorm.

 

Kop: klein en zo ver mogelijk naar achteren gedragen. Gezicht is klein, rond, fijn van weefsel, glad en in prima conditie.

 

Kam: (Kleur: rood) enkel, middelgroot, recht en voorzien van liefst vijf regelmatige spitse kamtanden. De kam moet in verhouding zijn met de grootte en de vorm van de kop. De middelste kamtand is ongeveer even lang als de hoogte van het kamblad zelf. De kamhiel loopt recht naar achteren.

 

Snavel: qua lengte in verhouding met de kleine kop, krachtig, licht gebogen. Het deel onder en boven passend en sluitend. Alle kleuren toegestaan. Voorkeur geel.

 

Kinlellen: klein tot middelgroot, fijn van weefsel, vrij kort, fraai gerond en gelijk van lengte. Kleur: rood.

 

Oorlellen: klein, ovaal, glad aanliggend. Bij voorkeur rood, enig wit erin is toegestaan.

 

Ogen: rond, levendig, oranje tot roodbruin.

 

Hals: met de borstlijn een S-lijn vormend. Hals zo ver naar achteren gebogen dat er nagenoeg geen ruimte meer zit tussen de achterkant van de hals en de staart. Halsbehang goed ontwikkeld en tot op de schouders reikend.

 

Rug en zadel: zeer kort. Zadelbehang goed ontwikkeld, waarbij de overgang naar de staart door de zadeldekveren wordt afgedekt.

 

Borst: Hartvormig in vooraanzicht. Vol en zeer goed ontwikkeld, sterk omhoog gedragen, zeer duidelijk voorbij de snavelpunt reikend.

 

Vleugels: In verhouding tot het geheel, verticaal of naar voor uitzwaaiend. De vleugels raken de grond niet. De vleugelboegen staan iets van het lichaam af en de vleugeleinden zijn iets naar binnen gedraaid. De grote slagpennen zijn tamelijk breed en lang. Vleugeleinden zijn zodanig gedragen dat de kleine slagpennen die het dichtst tegen het lichaam zitten niet volledig door de grote slagpennen afgedekt worden.

 

Staart: middelgroot en bij voorkeur op 45° gedragen. Staartstuurveren zijn matig breed en gelijk gespreid, door hun lengte net boven de kop uitstekend. Inplanting: Van achter gezien staan deze in een omgekeerde V-vorm. Vederstructuur in verhouding met de staart; staart in verhouding met het lichaam.

 

Hoofdsikkels zijn lang, matig breed, sabelvormig tot recht, minimaal 2,5 cm boven staartstuurveren uitstekend. De bijsikkels zijn middellang en worden waaiervormig gedragen. Min. 5 bijsikkels aan iedere zijde; de bovenste sabelvormig, de onderste licht gebogen.

 

Benen: recht, gestrekt, middellang tot lang, zodat de vleugels verticaal gedragen kunnen worden.

 

- Benen: evenwijdig en goed uit elkaar geplaatst. Alle kleuren toegestaan.

 

- Dijen: krachtig en eerder lang dan normaal van lengte.

 

- Loopbenen: middellang tot lang, glad, regelmatig geschubd en bij voorkeur geel. Andere kleuren zijn toegestaan.

 

Tenen: vier, recht, goed gespreid en regelmatig geschubd.

 

Bevedering: goed tot kort bevederd, glanzend, aangesloten gedragen.

 

kleurslagen: Alle kleuren kleurslagen toegestaan en worden niet beoordeeld op kleur.

 

 

Fouten

 

- Groot, plomp van lichaam, lange rug, platte borst

 

- Horizontale lichaamshouding

 

- Te rechte kop – halslijn

 

- Korte benen

 

- Eendenvoet, kromme tenen en/of nagels

 

- Schaarvleugel, of te lange vleugels in verhouding tot pootlengte of omgekeerd

 

- Te lage afhangende staart. Eekhoorn staart (voorbij de 90°) overhellend naar de kop toe.

 

- Staart stuurveren met ‘dakpansgewijze’ inplanting

 

- De kop duwt de staart opzij waarbij de kop aan één zijde niet zichtbaar is.

 

- Sterk gebogen sikkels/bijsikkels; te weinig bijsikkels

 

- Grove kopversierselen

 

- Vorktand, hieltand, onregelmatige of overhellende kam of tanden

 

- Sterk onrustig of angstig gedrag tijdens de tafelkeuring; wegvliegend; zich niet willen tonen

 

-kromme bek (heksenneus) of gapende (onder en boven passen niet waardoor ze niet aansluiten op elkaar)

 

 

Gewicht

 

haan hen

 

Jeugdklasse: tot 500 gr tot 425 gr (jaartal op ring)

 

 

Dieren ouder dan 1 jaar:

 

A-klasse 225-350 gr 200-325 gr

 

B-klasse 350-500 gr 325-425 gr

 

C-klasse 500-600 gr 425-525 gr

 

Dieren dienen gewogen te worden net vóór de keuring.

 

C- Klasse geniet geen voorkeur en hoort in de toekomst afgeschaft te worden.

 

Volwassen dieren met een gewicht lager dan het minimumgewicht van 225 gr (haan) en 200 gr (hen) en dieren boven het maximumgewicht van 600 gr (haan) en 525 gr (hen), worden uitgesloten van bekroning.

 

 

Ringmaten

 

9, 10 & 11 mm

 

 

Variëteiten

 

Het ras komt ook voor in de variëteiten zijdevederig en krulvederig in de EU en US. Niet in Maleisië!

© Seramaclub België JdR2014